16. Uit het geslacht van David

Onderweg naar Kerst

Mattheus 1:16-17: ‘’Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie geboren is Jezus, Die Christus genoemd wordt. Al de geslachten dus, van Abraham tot David, zijn veertien geslachten; en van David tot de Babylonische ballingschap zijn veertien geslachten; en van de Babylonische ballingschap tot Christus zijn veertien geslachten.’’

De climax in de tijd

Vandaag ontmoeten wij het nageslacht van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham. We belopen de geslachtslijn zoals beschreven in Mattheüs 1:16-17.

Door deze lijn te schetsen wil Mattheüs benadrukken dat God naar Israël toe beweegt, dóór Israël heen werkt om zo tot zegen te zijn voor alle volken op de aarde. Deze drie keer veertien generaties zijn geen exacte beschrijving van de werkelijkheid, maar een symbolische weergave. Juist dat symbolische wil ik iets meer vorm en kleur geven, opdat we meer zicht mogen krijgen op Gods ingrijpen in de tijd en Zijn schrijven door de eeuwen heen.

Het startpunt van onze reis ligt bij Abraham. De HEERE riep hem: “Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot zegen zijn.” Abraham waagde de sprong in het diepe, de stap naar het onbekende. Juist daar, in dat onbekende, werd een verbondsvolk geboren en liet God Zich openbaren. De eerste veertien generaties, van Abraham tot David, staan symbool voor het opbouwen van Gods beloften en ontdekken van wie Hij is.

Verder wandelend door de generaties heen, botsen we tegen een harde muur op: de werkelijkheid van een gebroken wereld en een zondig ik. De tweede veertien generaties, van David tot de ballingschap, staan symbool voor het menselijke falen tegenover Gods belofte.

Niet voor niets klinkt in de periode van de koningen telkens het refrein: “En hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE.” Maar zelfs door de barsten van onze gebrokenheid wil God Zijn licht laten schijnen. Ondanks ons falen belooft God dat er een schitterend licht zal opgaan voor het volk dat in duisternis wandelt. Uit de afgehouwen stronk van Isaï zal een twijgje doen opgroeien. Te midden van een hopeloze situatie grijpt God in en schrijft Hij verder aan Zijn verhaal met de mensheid.

We vervolgen onze reis met de laatste veertien generaties, van de ballingschap tot Christus. Deze periode staat symbool voor een tijd van verwachting en hoop op herstel. Deze verwachting vindt zijn climax in de geboorte van Christus: de lijdende Knecht én de messiaanse Koning.

Het startpunt van onze reis was Abraham. Maar de climax in de tijd – de geboorte van Christus – is niet het eindpunt. God schrijft verder in Zijn verhaal met de mensheid. Ook vandaag laat God Zich kennen zoals in de eerste veertien generaties. Ook vandaag bewaart Hij Zijn belofte te midden van ons gebroken bestaan. En wij mogen, net als de laatste veertien generaties, onze verwachting en hoop stellen op Hem. Zo wordt Advent niet alleen het terugkijken op de komst van Christus, maar ook het vooruitzien naar Zijn wederkomst. Eens zal Hij komen op de wolken, met Zijn rijk van recht en gerechtigheid, waarin alle beloften waarlijk vervuld zullen zijn.

En wanneer wij over enkele dagen in de ogen van het kerstkind mogen kijken, zie dan een glinstering van de hoop die in Hem is. Ook al voelt het soms als een sprong in het diepe, Hij is het meer dan waard om je hoop op te vestigen.

William Kramer

Print your tickets