Niet geschikt, wel geroepen
Degene die mij goed kennen, weten dat ik uit mijzelf niet geschikt ben om als ouderling te dienen in de gemeente van Christus. En eerlijk gezegd: ik geef hen geen ongelijk.
Ik weet vaak heel goed hoe het niet moet – en toch doe ik het. Tegelijk weet ik ook wat God van ons vraagt. Dat schuurt. Want daardoor kan ik soms precies benoemen wat goed is, terwijl ik er zelf in faal. Dat maakt mij soms pijnlijk schijnheilig.
Wat in mij weet hoe het wel moet, schrijf ik niet aan mezelf toe. Ik zie dat als kennis die de Heilige Geest geeft. Kennis die groeit door Gods Woord te onderzoeken. Maar Gods Woord kennen is niet hetzelfde als ernaar leven. Juist daarin schiet ik vaak tekort.
Daarom ben ik ergens ook dankbaar als mensen het beestje bij de naam noemen. Niet alles verdoezelen met mooie woorden, maar eerlijk zeggen waar het op staat. Wanneer iemand mij schijnheilig noemt, dan raakt mij dat. Niet omdat het totaal onwaar is, maar juist omdat ik vaak genoeg merk dat ik in mijn dwaasheid dingen zeg of doe waarvan ik later denk: waarom deed ik dat? Soms probeer ik grappig te zijn, maar komt er iets uit wat mijn oude aard laat zien. Dan is het pijnlijk, maar ook nodig dat dit benoemd wordt. Want alleen wanneer de waarheid zichtbaar wordt, kun je je ervan afkeren en ervan leren.
Toen ik hoorde dat ik door de gemeente werd voorgedragen als ouderling, dacht ik bij mezelf: dat komt vast omdat ik mij vroom kan voordoen. Omdat ik het voor een ander goed weet, aan de buitenkant heel mooi, terwijl ik zelf zo vaak faal. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat ik gekozen zou worden. Ook omdat ik thuis nog een jong gezin heb en best een drukke periode achter de rug heb en een andere ingegaan ben.
Vanaf het moment dat ik hoorde dat ik op de ‘liest’ stond, heb ik God voortdurend gevraagd om Zijn leiding en openbaring. Ik heb gebeden dat niet de stem van mensen, maar Zijn roepstem hierin duidelijk zou zijn. Want als dit een keus van mensen is, dan worden mijn inspanningen nutteloos. Maar als God roept, dan mag ik mij onderwerpen ter opbouw van Zijn Koninkrijk.
Twee weken terug ben ik bevestigd als jeugdouderling. En daarom wil ik jullie vragen om voor mij te bidden. Bid dat mijn inzet tot eer en glorie van God mag zijn. Bid dat ik spreek wanneer spreken nodig is, en zwijg wanneer ik moet luisteren. Bid dat ik mag groeien in de kennis en wijsheid van God.
Want als ik als ambtsdrager vooral mijn eigen woorden spreek, dan is mijn inzet leeg. Maar als God mij gebruikt, dan mag het dienen tot opbouw van het lichaam van Christus en tot eer van Zijn Koninkrijk.
Ik wil jullie ook vragen om eerlijk tegen mij te zijn. Benoem mijn fouten wanneer jullie die zien. Niet om af te breken, maar zodat ik ervan kan leren. En vergeef mij wanneer ik dwaas heb gehandeld.
Tegen iedereen die zegt: ‘ik ben niet geschikt’, wil ik zeggen: dat klopt, ‘wie denkt staande te blijven zie toe dat hij niet valle’. In onszelf zijn wij niet geschikt. Maar wanneer wij ons als levende bouwstenen laten gebruiken in Gods kerk, kan Hij ons toch inzetten voor iets dat nuttig is in Zijn Koninkrijk.
Niet omdat wij zo sterk zijn. Niet omdat wij zo geschikt zijn.Maar omdat Christus gebrokenen van hart herstelt en gebruikt die zich aan Hem onderwerpen.
Gods zegen toegewenst.
Barend Kramer (29)
