Jongeren aan het woord: ‘Nochtans zal ik juichen’

Nochtans zal ik juichen

Lees Habakuk 3:17-19

Deze week was het Biddag. De dag om te bidden voor gewas en arbeid. Op Urk staan we specifiek stil bij onze vissers. Het beroep waar we als Urkers trots op zijn en dat zorgt voor veel werk en banen. Maar is dat nog altijd zo? Van de vloot is eigenlijk nog weinig over. En door allerlei regels wordt het hen steeds moeilijker gemaakt om nog iets te verdienen. Tientallen kotters liggen bij de sloop. Bij onze boeren gaat het net zo, om nog maar te zwijgen over onze economie.

Heeft het nog wel nut om hier elk jaar een dag aan te besteden? Bidden dat het makkelijker mag worden, dat er eindelijk verandering komt? Het lijkt alleen maar slechter te gaan. We kijken naar Habakuk 3:17-19. Er is een tijd van benauwdheid. Geen vijg groeide meer. Geen vruchten aan de wijnstok. De velden brachten geen voedsel meer op. Geen dieren meer om te eten.

Habakuk kreeg deze profetie, hij sidderde ervan. Maar toch vond hij zijn rust bij God. Hoe? Hij zag in dat God een veel breder zicht heeft. God weet wanneer het tijd is om in te grijpen. Als wij zwoegen, misschien maar met een enkele vrucht, ziet God het. Hij is een rechtvaardige God. Wij moeten vertrouwen en wéten dat Hij het beste met ons voorheeft. Zelfs als we elke week weer de zee opgaan om onze netten uit te gooien en het levert wéér niets op. Als we ploegen in het veld en er geen opbrengst is.

Habakuk antwoordt hierop: nochtans zal ik juichen, de HEERE HEERE is mijn kracht. Gods verbondsnaam. Volkomen betrouwbaar. Hij legt alles neer bij God. Daarom moeten wij Hem aanroepen. Om te laten zien dat alles uit Hem komt, en niets uit ons. Daarom is het bidden om Zijn zegen elk jaar weer nodig. Leg al je zorgen van je werk, het zwoegen, bij Hem neer. Hij ziet jou. Hij maakt je voeten licht (Hab. 3:19).

Werp ál je zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.

Grethe Post-van Slooten (22)

Print your tickets