Onze jeugd en de toekomst
Als leerkracht in het basisonderwijs maak ik de nieuwe generatie van dichtbij mee. Het is een mooie en ook schone taak om deel uit te maken van het socialisatieproces van jonge Urkers.
Kort geleden kreeg ik van een moat de vraag of ik wilde invallen bij een avond ‘Voetstappen’, de catechisatie voor 12- tot en met 16-jarigen binnen onze gemeente. Met bepaalde verwachtingen, maar ook met een open houding, stapte ik de kerkzaal binnen. Meerdere tweedejaars zaten al klaar voor het gezamenlijke gedeelte. Mijn gedachten gingen terug naar een decennium geleden, toen ik zelf op maandagavond ook in één van deze kerkbanken zat.
Het paasevangelie stond deze keer centraal. Na een passende inleiding gingen we in groepjes uiteen. De jongeren waren duidelijk nieuwsgierig. ‘Wie bin jie dan?’, klonk het al snel. Ik stelde mezelf voor en we gingen van start. We lazen over de gelijkenis van de slechte landbouwers uit Markus 12. De landbouwers doodden de dienaren en uiteindelijk de geliefde zoon van de eigenaar van de wijngaard. ‘Wat heeft deze gelijkenis te maken met het paasverhaal?’, luidde de vraag in het werkboek.
Ik schrok toen een jongere het paasevangelie met het kerstverhaal verwarde, terwijl net de Bijbel grondig was doorzocht op zoek naar het juiste Bijbelboek. Met hulp kwamen we tot het juiste antwoord. Ik probeerde de vertaalslag naar de berijmde psalm 118 vers 11 (‘De steen, dien door de tempelbouwers’) nog te maken, zoals aangegeven in het werkboek. Echter bleek mijn poging tevergeefs. Het werd uiteindelijk een waardevol, maar toch intensief gesprek.
Dit was geen makkelijke stof. En zeker, ik ben me er terdege van bewust dat we bij catechisatie de taak hebben om jongeren iets te leren. Lare, het woord zegt het in wezen al. Er hoeven geen pasklare antwoorden te komen. Maar ik maak me, mede door eerdere ervaringen, oprecht zorgen over de (basis)bijbelkennis van de jeugd.
Daardoor vraag ik me af: wat bespreken we thuis met onze kinderen? Gaat de Bijbel open aan tafel en wordt er kennis overgedragen? Leren we de psalmen nog? Zijn de jongeren ook te vinden bij de reguliere erediensten en niet alleen bij de bijzondere samenkomsten? En vooral: durven we met onze jeugd een sprong in het diepe te wagen, in plaats van in het eenvoudige en aansprekende te blijven hangen? Wat dat betreft alle lof voor de methode ‘Voetstappen’.
‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’, luidt het bekende gezegde. Ik ben ervan overtuigd dat wij als volwassenen de opdracht hebben om onze (nieuwsgierige!) jongeren met God en Zijn rijke Woord in contact te brengen. Laten we die taak aangaan door verantwoordelijkheid te nemen en vooral als opvoeder het goede voorbeeld te geven.
Ruben Romkes (24)
